Het is zo'n ochtend, een typische, die alleen een navolging kan zijn van zo'n nacht. Die was vol gepieker en irreële halfdromende angsten variërend van voetstappen bij de achterdeur tot vastzittende katten in ovens. De wekker wekte me uit de eerste uur fatsoenlijke slaap, en mijn chagrijn werd zelfs al voor mij wakker- ik hoefde er niks meer voor te doen.
'Heb je een pasfoto bij?' vroeg het meisje bij het gemeentehuis voor wie ik zo vroeg uit mijn bed moest. Wie dacht ze wel niet wie ik was! Een compleet voorbereid nette afsprakenganger die een pasfoto bij zich had bij het aanvragen van haar rijbewijs? Dus een afgekeurde pasfoto ('Eva, is deze goed? Nee, te klein? Sorry je bent te klein') en twee geldslikkende fotoautomaten op willekeurige locaties later ging mijn rijbewijs dan eindelijk in de maak. Ik had tegen die tijd zoveel moord- zelfmoord- en fotoapparatenkamikaze-acties bedacht dat mensen die me normaliter omver lopen door mijn geringe lengte spontaan aan de kant gingen.
Maar toen had ik de tijd om haar te bestuderen, mijn gemeentemeisje. Ze was super exotisch, had lange krullende wimpers en een volle mond, bloedrode lange nagels en een secure elegante manier van papiertjes aan elkaar paperclippen. Opeens was mijn gedachte dat mijn leven de onderzoeken met betrekking tot positieve en negatieve ervaringen van Frederickson niet goed had begrepen als sneeuw voor de zon verdwenen (de ideale positiviteitsverhouding of -ratio is 3:1. Tegenover elk negatief gevoel zouden drie positieve gevoelens gezet moeten worden om een gezond mens te blijven of te worden, omdat bijvoorbeeld een slechte opmerking veel harder aankomt dan een positieve - dit is in andere onderzoeken naar onze evolutie en menselijke natuur bevestigd als zijnde een bescherm mechanisme).
Langzaam, doordacht en met echte tederheid knipte ze mijn pasfoto uit. Ook nog een laatste krullende mini-rand van wit waar ze naar eigen bevindingen vond dat het niet netjes genoeg was gedaan. Ze wisselde lieve blikjes met collega's uit en ordende de papieren op haar tafel wel drie keer tijdens ons onderonsje. Ineens begreep ik de behoefte van sommige mannen om een wildvreemde vrouw te vragen voor het huwlijk. Zoals zij een papier onder de printer legde, moest ze wel de meest liefdevolle, fijne vrouw zijn om je leven mee te delen. In haar preciezie van het nieten lag toch de duidelijke boodschap van uitmuntende moederschap verscholen, en in haar lach de toekomstige jaren vol plezier en grappenmakerij die ze iedereen in haar leefomgeving kon bieden? Ik hou niet van het gemeentehuis, van de omslachtige afspraken, bedompte lucht, tientallen securitymannen die me in de gaten houden. Maar nu was een nieuw rijbewijs vragen een ommekeer in mijn dag, die lieve aandachtvolle vrouw maakte het gemeentehuis van Rotterdam mooi en mijn stemming zonnig, zonder daarvoor te doelen, gewoon door wie ze was. Ze maakte ze mijn ochtend een fijne plek om te zijn- als je dit heel toevallig ooit leest, bedankt daarvoor!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten